Triad 03
Charbel abou Zeidan

April 18 — May 17, 2026

Press release

(EN) This exhibition extends the project Triad, first presented at Wonder Festival 2024. Built from the same foundational element, it unfolds here across two pavilions, opening the work toward new techniques, materials, and spatial experiences.

In the first pavilion, Charbel Abou Zeidan (°1978, Lebanon) presents colour as structure and declaration. Monumental textile and paper works confront the viewer with gradients, monochromes, and complex chromatic fields.

At the centre, a large stitched cotton piece transitions from yellow to orange, red, and brown, evoking the emergence of spring: light, warmth, and renewal, while grounding colour in material weight and physical labour. Surrounding works explore tension between graphic clarity and organic texture, affirming colour as both mastery and sensation. 

The second pavilion shifts toward experimentation and fluidity. Silicone, linen, paper, and plaster are layered, draped, and repeated, blurring the boundaries between painting and sculpture. Gestural strokes, sculptural textiles, and meditative surfaces invite slower perception. Here, colour becomes movement, rhythm, and touch: sometimes vibrant, sometimes restrained.

Across both spaces, the exhibition explores colour as a living system and material as an emotional language. Moving between monumentality and intimacy, control and intuition, the works mirror the transitional energy of spring: a moment of awakening, tension, and becoming.

(NL) Deze tentoonstelling bouwt voort op het project Triad, dat voor het eerst werd gepresenteerd tijdens Wonder Festival 2024. Vanuit hetzelfde basiselement ontvouwt het werk zich hier over twee paviljoenen, waar het zich verder opent naar nieuwe technieken, materialen en ruimtelijke ervaringen.

In het eerste paviljoen benadert Charbel Abou Zeidan (°1978, Libanon) kleur als structuur én als uitspraak. Monumentale werken in textiel en papier confronteren de toeschouwer met subtiele overgangen, krachtige monochromen en gelaagde kleurvelden.

Centraal staat een groot, gestikt katoenen werk waarin geel overvloeit in oranje, rood en bruin — een evocatie van de opkomst van de lente: licht, warmte en hernieuwing. Tegelijk wordt kleur hier verankerd in materieel gewicht en fysieke arbeid. De omliggende werken verkennen de spanning tussen grafische helderheid en organische textuur, en bevestigen kleur als zowel beheersing als zintuiglijke ervaring.

In het tweede paviljoen verschuift de nadruk naar experiment en vloeibaarheid. Siliconen, linnen, papier en gips worden gelaagd, gedrapeerd en herhaald, waardoor de grenzen tussen schilderkunst en sculptuur vervagen. Gestuele sporen, sculpturale textielen en verstilde oppervlakken nodigen uit tot een trager kijken. Kleur manifesteert zich hier als beweging, ritme en aanraking — soms uitbundig, soms ingetogen.

Over beide ruimtes heen onderzoekt de tentoonstelling kleur als een levend systeem en materiaal als een emotionele taal. In het spanningsveld tussen monumentaliteit en intimiteit, controle en intuïtie, weerspiegelen de werken de overgangsenergie van de lente: een moment van ontwaken, geladenheid en wording.